|

Licht heeft de taak om via de ogen onze perceptie van een ruimte te beïnvloeden, zodat we, bijvoorbeeld, een kantoorinterieur als warm en persoonlijk ervaren, of juist als prestigieus en indrukwekkend. Of dat we op een uitgebreid fabrieksterrein toch een gevoel van veiligheid kunnen hebben.
Als we geen ogen hadden, zou de kwaliteit van licht er absoluut niets toe doen. Het zijn uitsluitend onze ogen die ‘licht’ tot een belangrijk gespreksonderwerp maken.
Die ongelofelijke gevoeligheid van onze ogen is de doorslaggevende reden om anders naar licht te kijken. Om niet te denken in termen van armaturen of van standaard oplossingen of tabellen die voorschrijven welke verlichtingssterkte een bepaalde ruimte nodig heeft of hoeveel armaturen per vierkante meter…
Klein Beernink heeft zich aangewend om te denken vanuit de toepassing. Vanuit het perspectief van de mensen die dagelijks met dat licht hebben te maken en voor wie het van het grootste belang is. Eenvoudigweg omdat ze ogen hebben.
Dat kan wel eens betekenen dat standaard oplossingen niet voldoen. Of dat een veel gebruikt succes armatuur in bepaalde opzichten moet worden aangepast. Of dat de verlichtingssterkte kwantitatief een stuk minder blijkt te kunnen of zelfs te moeten om een optimale kwaliteit te bereiken. Het kan ook wel betekenen dat de standaard oplossing wel voldoet.
Waar het om gaat is dat tegenstellingen verlichtingsgebied niet meer bestaan vanaf het moment dat lichttechniek niet meer het belangrijkste is, maar licht toepassing. Een subtiel verschil.
|